Een tevreden roker..

15. mrt, 2018

Een Platform Houtrook en Gezondheid die in een brandbrief (sic) staatssecretaris Van Veldhoven (D66, milieu) aanspoort in een nieuw nationaal plan Luchtkwaliteit de open haard te ontmoedigen of zo mogelijk in de ban te doen.

Hoe minder we ons tot elkaar verhouden, hoe meer last we van elkaar krijgen of geprojecteerd krijgen, zo lijkt het wel. Wonende in een 19e eeuwse wijk in Den Haag kon men mij geen groter plezier doen dan op een late novembernamiddag de open haard aan te steken. Bij een zwak noordoosten- of oostenwindje drong dan de geur van rook door de kieren van onze cv-verwarmde woning. Het deed mij terugdenken aan mijn jeugd in de Vogelwijk in Den Haag, een jaren 20/30 wijk waar her end er nog driftig gestookt werd.

Ik heb een probleem. Ik hou van geuren. Ik ben een geurenmens zogezegd, of een geurenman. Ik denk beeldend, ik ruik in zijn volle omgang. Nog ongeloodde auto's wachtend bij het stoplicht in sneeuwwinters en de geur die zij dan afgaven. Ongeëvenaard, heerlijk. Heden ten dage alleen nog In Duitsland geëvenaard door de vele dieselauto's in de winter. De ongegeneerde kolenstookluchten in Engeland! Ik ga er speciaal voor naar Engeland. Geuren die bij de winter horen. Het in januari 1976 bij het opstarten van vele Dafjes in de Pauwenlaan verspreiden van de nog heerlijk ongefilterde loodlucht -hoogtepunten in mijn leven. De lucht ademde nog karakter. Kom daar nu nog eens om.

Het verbrandde gas uit de schoorsteenpijp boven op zolder waar ik sliep tijdens een noordoostenwind en -7 overdag in januari 1987: herinneringen voor het leven. Vond ik het stinken? Nee, ik ademde het met volle teugen op.
De geur van gier in maart, afkomstig van de polders en platteland gronden? Het voorjaar nadert. Ik vul mijn borst en denk tegelijkertijd met een zekere weemoed aan het einde van de winter, met al zijn eigen specifieke reuktinten.

Men zal mij ondergronds moeten opslaan na mijn dood.

Nu dus het houtvuur wat in de verdachtenbank gedrukt wordt. Grote onzin. In de jaren dat de meeste steenkolen en hout verstookt werden, hadden wij de strengste winters. Dat het nu opwarmt komt juist doordat de lucht zo schoon is geworden. Zonlicht wordt steeds minder weerkaatst door aerosolen in de lucht. Kortom: men is niets meer gewend.

Tot mijn grote genoegen merk ik hier in Westenholte, dat men nog veelvuldig stookt. Met enige verbazing zie ik dat veel huizen uit de jaren 60 nog voorzien zijn van een open haard, maar ook huizen uit de jaren 70 en 80. Slochteren lijkt slechts mondjesmaat doorgedrongen te zijn. Of lag, en ligt de sociale standaard hier lager en is gas een bij mij onvermoed luxeproduct die ik vanuit verleden stadse arrogantie nooit zo gezien heb?

Vaak kruip ik even zo'n dak op als zich zo'n blauwwarme pluim zich openbaart. Het zal wel een oergevoel zijn: vuur en de geur van.
Maar ja, alles is erg en zielig verworden deze dagen. De paardentram in Amsterdam moet er ook aan geloven. Ondertussen stookt men om ons heen gelukkig verder. Ik pleit dus voor een subsidie voor openhaardbezitters. Nationaal erfgoed. Voordat we helemaal in het luchtledige verdwijnen.

De kruik bewaart lang de geur van datgene waarmee zij eens, toen zij nog nieuw was, doortrokken is geweest.
Horatius
Romeins dichter 65 v.C. - 8 v.C.