Sneeuwsmacht

6. jan, 2017

Vandaag is een dag die al niet meer stuk kan. Voor het eerst in vier lange jaren lijkt het er vanavond dan toch nog weer eens van te komen. Het Gaat Sneeuwen. 1 centimeter of 20 doet hier niet zoveel ter zake. Het hypnotiserende beeld zal weer eens zichtbaar worden. De sneeuwsmacht dan eindelijk weer eens even bevredigd.

Wanneer dit begonnen is, ik weet het niet. Maar bij de sneeuwfanaten moet als iets ingebakken zitten vanaf de geboorte. Sneeuwfanaat doet dit type wintermensen geen recht. Het is een diep gevoelde en beleefde verslaving, een oergevoel wat opgeld doet, eigenlijk niet te beschrijven. Het begint al dagen geleden, wanneer er opeens voor vanavond vanuit het westen sneeuwval wordt voorspeld. Na diep ongeloof - veroorzaakt door de subtropische winters van de afgelopen jaren - nestelt zich dan opeens de sneeuwkoorts. U kunt dat gerust letterlijk nemen. Dagenlang onrustig slapen begint, de temperatuur stijgt letterlijk in het lichaam. Enorme nervositeit maakt zich meester. Het is een soort aanstaande pakjesavond die iedere keer weer zo ervaren wordt. Jong, of al niet meer zo jong..

Ik zal u precies omschrijven hoe ik deze dag beleef. Alvast gisteren. Einde van de middag bespeurde ik al een paar eerste hoge sluierveren in het westelijke zwerk. 'Als het nu maar vannacht wel behoorlijk gaat vriezen, want die grond moet snel afkoelen wil de sneeuw ook blijven liggen' dacht ik. Vannacht onrustig naar beneden. 'Wordt het al bewolkt?' Ja, de hoge bewolking nam al toe, maar het had goed gevroren. De hele dag zal ik gebiologeerd blijven kijken naar de zich verdichtende wit en later grijssluiers. De avond zal invallen en dan.. dan begint het voor menig andermens hoogst opmerkelijke fenomeen: het lantaarngluren.

Jazeker, u leest het goed. Het lantaarngluren. Is dit al in de Dikke Van Dale opgenomen? Dan hier toch een voorzet:

Lantaarngluren - wijze van observeren door sneeuwliefhebbers waarbij men in opperste extase raakt wanneer de eerste vlok zich openbaart in het avondlijk danwel nachtelijk uur bij een lantaarn, dit observeren vaak uren volhoudend als zij men in trance, zich volstrekt verliezend in zijn omgeving.

Tja, dat kan soms niet korter. Letterlijk.

Goed, het is dus donker geworden. De dis is naar binnen en 'in de loop van de avond in het westen lichte sneeuw'. Nee, dit kan niet opwindender. Het is een soort sex zonder sex. Onuitroeibaar. Onnavolgbaar. Toch een poging.

Het 20.00 Journaal zal beginnen. Ongedurig kijk ik hier echter niet naar, maar kijk als een gluurder naar buiten, naar de lantaarn aan de overkant van de straat. De avond raakt op gang en het zou zomaar kunnen gebeuren nu. De eerste snelle, nog nauwelijks waarneembare flits van de eerste hele kleine vlok sneeuw. Het zal ook gaan waaien, dus dan is een extra scherp oog present. Dwarrelsneeuw heeft ook een charme, maar flitssneeuw ook. Langzaam zal de sneeuwval wat versterken en de altijd zo grauwe wereld verstillen en verruimen. De aanblik van een wit wordende stoep, weg en daken verruimen iets in mijn hoofd wat ik niet kan uitdrukken. Het voelt als een bevrijding. Het voelt al vele jaren als een extra bevrijding omdat we het gevoel krijgen in het westen dat sneeuw al bijna niet meer mogelijk is. Ik beleef iedere keer alsof het de laatste keer is. Voor veel zaken in het leven een prima uitgangspunt.

Den Haag, Pauwenlaan, jaren zeventig van de vorige eeuw. Een tussenhuis met enkel glas. De ijsbloemen nog op de ramen na een nacht flinke vorst. In de badkamer geen verwarming en een raampje wat niet goed sloot. Bij een noordoostenwind standaard in de winter de kou in je nek onder een hete douche. De altijd aanwezige verbinding van buiten met binnen. Vandaag de dag ondenkbaar in dubbel geïsoleerde woningen. Een klein jochie zit op zijn knokige knieën op een steenkoude badkamertegelvloer voor het enkele glas na op kousenvoeten de overloop te hebben gepasseerd waar zijn vader en moeder sliepen. Iedere plank in de vloer kennend, ieder detail van iedere plank waar deze gevoelig is voor kraken. Úren tot vér in de nacht kon ik zo in trance kijken naar de lantaarn in de straat en de almaar witter wordende wereld. Het desolate eenzame geluid van noordelijke steltlopers gejaagd door de noordoostenwind in de lucht. Soms hoorde mijn vader toch wat en kwam dan kijken. 'Ga naar bed joh, die sneeuw ligt er morgen ook nog'. Niets in het leven is echter een garantie, dus ik bleef kijken. Dan maar weer op mijn stervenskoude kamertje, liggend op het oosten. Creativiteit kent geen grenzen, dus een oplossing werd gevonden. Ik plaatste mijn bureaulamp tegen het raam, de schijnwerper strak tegen het - ook weer enkele glas - geplaceerd. Zo ontstond een lichtkolom waarbij ik de lantaarn zo imiteerde. Ik sliep weinig tot niet zo'n nacht en was vaak als eerste buiten. In een ongerepte omgeving als de Vogelwijk was wit nog echt wít..

Mogelijk heeft uw columnist hier aan een zekere slechtziendheid overgehouden - een lichtelijk scheel recht oog - en heeft het zijn slaapstoornis alleen maar versterkt, maar o, wat voelde dit goed. Men leeft ja, maar niet vaak zó..

Dat kind heeft mij nooit verlaten. Al wordt ik 100, dan zal men mij in een verpleeghuis bij het raam vandaan moeten trekken. Dit is te sterk. Hier kijk ik het hele jaar naar uit.

Dit is de bevrijding..