23. apr, 2019

Opgeruimd staat netjes

Al geruime tijd verbaast uw columnist zich over de om zich heen slaande boomverdwazing. Is dit omdat ik inmiddels een paar jaar in het oosten van het land woon en het hele issue niet zie?

Te vuur en te zwaard wordt Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten gekielhaald om het feit dat er aan (bos)beheer wordt gedaan. Zogenaamd, omdat er alleen maar geld aan het hout verdiend zou worden. Geen enkele keer breekt het bredere besef door dat boomkap een groter geheel zou kunnen dienen. De terugkeer van insecten bijvoorbeeld, waardoor korhoenders weer een kans krijgen. Begeleidende foto nam ik afgelopen weekeinde op de Sallandse Heuvelrug. Wat is dit natuurgebied een verademing geworden. Bijna parkachtig, open, ademend. Verlost van de verberkisering en versparrisering van het heidelandschap. Glad vergeten wordt, dat Nederland het grootste bosareaal kent in zeker 300 jaar. Stikstof en algehele opwarming zorgden er voor dat bomen de lucht in schoten en het bos verdichtte tot een niet meer ademend geheel.

In de jaren 80 keek ik vanuit het ouderlijk huis nog naar de blanke top der duinen, met helmgras. Vanaf eind jaren 80 sloeg de veresdoornisering toe. Honderden, duizenden bomen kwamen op en verstikten alle bodemleven. Kilo's bramen plukte ik als kind; de braam verdween. Het bodemleven verdween, de koekoek verdween door gebrek aan vlinders en rupsen die zich hier aan laafden en op de warme zandgrond actief werden. Hel en verdoemenis werden geschreeuw toen een jaar of 8 geleden er een begin van schoon schip in het Westduinpark werd gemaakt en de grond afgegraven werd omwille van de voor de duinen zo natuurlijke en noodzakelijke 'blanke top der duinen' en biodiversiteit.

Radeloos wordt men ook als er een rij bomen langs de kant van een weg verwijderd worden. Na de Oostvaardersplassen hebben wij een nieuwe zieligheidscultus omarmd, alsof het Amazonewoud in Nederland verdwijnt. Nooit wordt er ook maar één moment de gedachte verplaatst in een ander - of wat er bij zichzelf zou kunnen gebeuren als een boom in de weg staat. Het zijn niet meer de jaren 60 of 70 van de vorige eeuw. Alles wordt vervloekt totdat je zelf met je auto een uitwijkbeweging moet maken en je God op je blote knieën zou danken dat daar geen boom (meer) stond.

Buiten dit: het is - zoals al te vaak weer - Randstedelijk verveelgeneuzel, deze bomenorgie. Als er een tram over de Scheveningseweg moet komen die nu eenmaal breder is dan de vorige is het geweeklaag niet van de lucht als er een paar beuken moeten wijken. Maar kom eens in het oosten van het land kijken, en bekijken vanaf de Utrechtse Heuvelrug de ridiculiteit van die boomseances. De uitdrukking 'door de bomen het bos niet meer zien' raakt meer aan het werkelijkheidsgehalte dan het geklaag over iets wat er nooit in deze omvang is geweest. Het is ook de luxe der verveling en rijkdom, dit geklaag. Wees blij dat je niet meer in een plaggenhut woont op een boomloze hei.

We zijn ons perspectief verloren omdat we onze geschiedenis niet meer kennen. Dat euvel is wel een grotere gemene deler van veel verontwaardiging de laatste jaren. Hoog tijd om ons daar weer eens in te verdiepen.