15. jul, 2017

De rust zelve

Ik heb iets met uilen. Die liefde is begonnen - en ik weet de dag nog precies - 28 februari 1983.
Plaats van openbaring: de Pauwenlaan in de Vogelwijk in Den Haag.

Ik sliep op zolder en werd op een nacht wakker van een vreemd geluid. Zeer behoedzaam keek ik door het zolderraam en zag tot mijn stomme verbazing een uil op de rand van de schoorsteen zitten. Uiteraard viel ik gelijk door de mand en keek hij me vanaf een meter of 3 strak aan. Het was een ervaring voor het leven. Die grote ogen die je aankijken, die to-ta-le rust die zo'n uil, het bleek een bosuil te zijn, uitstraalt. Ik was, kortom, betoverd.

Zó betoverd, dat ik op een goede avond ging proberen de bosuil weer zo dichtbij te krijgen. In de schemer vloog één of zelf een paar uilen vanuit de duinen naar de huizen aan de rand van de duinen, waar we vlak achter woonden. De roep imiterend, kwam de uil al gauw vanuit de duinen dichterbij kijken. Het uilenthousiasme sloeg nog niet gelijk over op mijn ouders, die het geroep vanuit het zolderraam óf niet hebben gehoord, of hebben gedacht 'dat komt wel goed, weer..'. Op een dag vond ik ook nog een veer, juist in de achtertuin. Ongeveer de heilige graal van uilbeleving. Nee, zo'n opgezet dier wil ik niet. Het moet wel vrij en blij blijven..
Eén keer heb ik het - gekunstelde - genoegen beleefd een bosuil op mijn arm te mogen nemen. Het was een tamme uil, die een roofvogelliefhebber in het noorden van Engeland bij zich had. De bosuil inspecteerde met zijn snavel eerst mijn wijsvinger en beet er zacht in. Daarna draaide hij zich om, en ging met zijn rug naar me toe zitten. De ultieme uiting van vertrouwen, volgens zijn baas.. hij had dit nog nooit met iemand meegemaakt. Ik ben er de rest van de dag stil van geweest. Dat doet iets met je. Noem het oergevoel en dat weer voelen.

Het is uiteindelijk ook goed gekomen met me na de uilengekte in de Pauwenlaan, maar de uil heeft mij nooit meer verlaten. Wanneer ik dus hoorde dat in een naburig parkje hier aan de rand van Zwolle, waar ik sinds deze week woon, een uil gesignaleerd was, was ik door het dolle heen.

De roep van de bosuil, de eenzame roep in de herfst dan wel winternacht, maakt zo'n indruk omdat voor deze vogel het voorjaar in de herfst begint. Zijn vlucht is helemaal geruisloos door dwarsliggende donsveertjes over de veren heen. Maar het zijn vooral die ogen - die enorm grote warme ogen die een wat trieste maar zo wijze indruk achterlaten.

De bosuil moet dichtbij, ook in huis. Vandaag deze aquarel van Erik van Ommen gekocht in Vries, net tussen Assen en Groningen. Mocht u daar eens zijn, bekijk dan ook eens de laat 12e eeuwse - uniek in zijn vorm in Nederland ? - Romanesque kerk met typische ingang en poort met ramen. Maar goed, nu deel ik mijn liefde voor de architectuur van de vroege middeleeuwen. En dat is voor een andere keer..